De IBO is begonnen! Vrijdagochtend heel vroeg verzamelde een klein clubje mensen zich in de vertrekhal van Schiphol. De reis voert het team dit jaar naar Korea. Met zes van de zeven teamsleden maakten we ons vrijdag na de douane te hebben gepasseerd op voor het eerste deel van de reis. Tot ons genoegen mochten we de korte vlucht naar Munchen maken in een klein Bombardier vliegtuigje, waar 86 mensen in kunnen. In Munchen wachtte ons het andere uiterste: een Airbus 340 zou ons de halve wereld over brengen. Na een lange vlucht en een dag in Seoel was er eindelijk wat tijd voor het schrijven van het eerste bericht.
Zondag 11-07-2010, locale tijd: 13.30 uur:
Het is zondag, rond het middaguur en we zitten in de trein naar het zuiden. We hebben al meer dan een etmaal erop zitten in Korea en we hebben al bakken met ervaringen opgedaan. De vliegreis was lang, maar verliep erg soepel. Het slapen lukte niet bij iedereen even goed, maar het ruime aanbod aan films en de noodles verzachtte het leed. Direct na de landing begon de vochtige warmte door te dringen en werd ons duidelijk dat we flink zouden moeten aclimatiseren. In de aankomsthal liepen we meteen tegen een bordje met ‘IBO the Netherlands’ aan, waarna we werden begeleid naar onze bus. Buiten was de warmte nog een beetje indringender. In de bus kregen we maar weinig te zien van de omgeving van het vliegveld, omdat de zee aan het zicht werd onttrokken door dikke mistflarden. Met het binnenrijden van Seoel verdween de mist. Bij Anguk station stapten we uit en tot onze verbazing stopte er meteen een taxi, na een minuut gevolgd door een tweede. Na wat gepas en geprop was ook Leons koffer binnen boord en vertrokken we naar het hotel.
Het was pas 8 uur ’s ochtends, wat totaal indruiste tegen ons door de jetlag verstoorde gevoel. Een half uur later liepen we richtig stad, op zoek naar second breakfast. We vonden een wijk met smalle straatjes waar je, tot onze verbazing, tweedehands computeronderdelen kon kopen, in ieder winkeltje een type onderdeel. In een winkeltje lagen de koelblokken van de grond tot aan het plafond tegen de ruit gestapeld. Aan de overkant van de straat kon je amperemeters kopen. Iets verderop, op een pleintje, konden we een blik werpen op de organisatie van het elektriciteitnetwerk van de stad. Dikke kluwen kabels hingen aan kromme palen boven de huizen. Elektriciteitsmeters hangen naast de airco’s aan de buitenmuur. Wie elektriciteit nodig heeft, neemt dat gewoon, zo lijkt het. We eindigden uiteindelijk tegen tienen in een minuscuul eettentje, waar een vrouw en haar zoon heerlijke noodles en Koreaanse sushi voor ons maakten. Een bijzonder ontbijt, maar erg lekker.
We vervolgden onze weg naar het koninklijk paleis, waar we midden in de wisseling van de wacht vielen. Inmiddels begon de moeheid en de warmte zijn tol te eisen. Met pauzes om de 100 meter liepen we een rondje langs de paleisgebouwen en de vijver. Daarna vertrokken we naar het museum, waar de airco het verblijf in eerste instantie aangenamer maakte, maar het gebrek aan daglicht ons uiteindelijk de kop kostte. Na een korte lunch konden we inchecken in ons hotel, waar we ons terugtrokken voor een welverdiende en hoognodige powernap. Dat bleek een bijzonder goede actie te zijn en na een douche voelde iedereen zich weer een stuk beter.
Rond vijf uur gingen we op speciaal verzoek op jacht naar elektronica. Tijdens onze wandeltocht kwamen we nog wat meer over de Koreaanse cultuur te weten. Tot onze verbazing zagen we dat alle winkels zeer gespecialiseerd zijn en alle winkels die hetzelfde verkopen in dezelfde straat zitten. De eerste straat die we doorliepen telde minimaal 15 buitensportwinkels, waarna we de keukenstraat doorliepen. Vervolgens vonden we de permanente lapjesmarkt, waar tot onze verbazing alleen maar mannen achter de balies stonden. Het volgende straatje zat vol met eethuisjes, de een duidelijk populairder onder de Koreanen dan de andere. De vis werd gewoon op straat klaargemaakt. Terwijl de straten alsmaar drukker werden vonden we de wijk met de warenhuizen. Na eerst met de roltrappen op en neer naar de tiende verdieping te zijn geweest vond Stephen in de kelder iets dat hij wel zag zitten: een Nike t-shirt. Hij ging als een ervaren koopman staan afdingen, waarbij hij het geluk had dat zijn gesprekspartner goed Engels sprak. Na 1/3 van de prijs afgehaald te hebben kocht hij het shirt. In de tussentijd had de rest van de groep een gesprek aangeknoopt met een andere verkoper, die helemaal enthousiast werd toen hij begreep met Nederlanders te maken te hebben. Het hele voetbalelftal kon hij opratelen, met de mededeling dat hij voor ons zou juichen. We kregen ook allemaal een button cadeau.
Net toen we op zoek wilden naar een avondmaaltijd liepen we tegen een kermisattractie aan. Dat deze attractie nooit op een Nederlandse kermis zou mogen staan maakte dat we nieuwsgierig bleven staan. De attractie bestond uit een ronde bank, die om zijn as draaide en daarbij ook met een kant omhoog kon komen. Tot zover lijkt het dus op een ‘centrifuge’ zoals die ook in sommige Nederlandse pretparken te vinden is/was. Het bijzondere: bij deze centrifuge zat er een man achter een knopje dat het ding op en neer kon laten schudden. Het gevolg: mensen die zich wanhopig aan de wand en elkaars ledematen hangen om niet naar het midden gelanceerd te worden. Toen er twee meisjes met rokjes instapten, die vervolgens bleven proberen om hun rokjes naar beneden te houden, was het feest compleet. Met vlagen zat de bediener van het magische knopje te gieren van het lachen in de microfoon. De filmpjes zullen binnenkort op YouTube verschijnen...
Het Koreaanse avondeten was voor ons ook al een enorme attractie, want deze keer troffen we een paar van de vele Koreanen die geen Engels spreken. Na enig vruchteloos uitwisselen van zinnen besloten we gewoon wat aan te wijzen op de plaatjes die buiten hingen. We kregen precies wat we wilden en het smaakte nog erg goed ook. We hadden zelfs een vegetarisch gerecht te eten! Tot onze grote verbazing kostte het eten voor zes man nog geen 40 euro. De wandeling terug naar het hotel voerde ons lang het riviertje dat de inmiddels enkel met neonlicht verlichte stad doorkruisde. Seoel is in het donker een andere stad. Als de vervuiling zich kan verstoppen in het donker en het gele beton van de flats wordt overstemd door de veelkleurig verlichte uithangborden van de winkeltjes heeft de stad iets gezelligs, hoewel de geuren blijven.
We kochten ons ontbijt in en gingen terug naar het hotel. Daar konden we eindelijk de jetlag gaan wegslapen en dat was uiteraard meer dan welkom.
Vanochtend is iedereen veel frisser en is de warmte ook al een beetje gewend. We maken nu wel voor het eerst kennis met de moesson: het regent al vanaf vanochtend onophoudelijk. Terwijl de rijstvelden voorbij zoefen zit ons team te kletsen met de Belgische delegatie, die dezelfde trein hebben genomen. Het Litouwse team zit in de trein achter ons. Met de teams uit Zweden en Estland hebben we een vliegtuig gedeeld, maar zij vlogen meteen door naar Busan. We hebben ons eerste IBO voorproefje dus al gehad. We kunnen nog eventjes gaan genieten van de Koreaanse dorpjes die tegen de heuvels ligen. Nog een half uurtje en dan gaat de IBO echt beginnen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten