Hoewel de leerlingen al terug zijn in Nederland en de verhalen misschien al lang verteld zijn, volgt hier toch het verhaal van de twee dagen na de IBO.
Zondagochtend om 9 uur trof het hele team elkaar in de bus. Samen met de Ieren en de Letten gingen we naar het station van Busan. Iedereen zat natuurlijk te suffen in de bus, na deze korte of afwezige nacht. Na enige communicatiestoringen met de baliemedewerker kwamen we erachter dat de eerstvolgende trein naar Gyeongju over een uur zou gaan. Dat gaf ons de kans om nog even wat tijd op het stationsplein door te brengen. Een zwerver vond ons een goed doelwit om wat te bedelen, maar hij had geen rekening gehouden met de aanwezigheid van Hans Morelis. Met het presenteren van zijn lege hand diepte Hans een propje op dat hij aan de zwerver gaf. Met enig gemok bracht die het naar de iets verderop staande vuilnisbak. Toen hij terugkeerde haalde Hans een muntje uit zijn zak en hield het uitdagend in de lucht. Het was tijd voor ‘de grote verdwijntruc’. Het muntje ging in de vuist van de andere hand, met de vrije hand werd wat ‘magisch poeder’ uit de broekzak gehaald en over de vuist gestrooid en tada, het muntje was verdwenen. De verbazing van de zwerver was eindeloos en de uitdrukking op zijn gezicht onbetaalbaar. Meteen pakte hij er een muntje van zichzelf bij en gaf dat aan Hans. Die herhaalde zijn truc, om de zwerver vervolgens te belonen met een iets waardevoller muntje. Na dit spectakel was het voor sommige van ons tijd om een douche te nemen in de fontein op het plein, zodat ze vervolgens doorweekt in de geairconditionde trein konden plaatsnemen. In de trein werd vooral geslapen en gekletst. Toen we bijna op de bestemming zouden aankomen bleken Stephen en Leon in een diepe slaap te zijn beland. Het roepen van hun naam en zachtjes schudden hadden geen zin. Van Stephen konden we zelfs de medaille afpakken die om zijn nek hing, zonder dat hij ook maar een kik gaf. Drastische maatregelen waren nodig, dus Hans pakte zijn flesje water erbij en schonk een beetje in het dopje. Toen een paar druppels op Stephens handen geen enkel effect opleverden gingen we nog een stapje verder. Een paar druppels in zijn nek gaven eindelijk het gewenste resultaat. Bij Leon haalde zelfs dit niets uit. Een beetje verloren haalden we de oortjes van zijn mp3-speler uit zijn oren en dat bleek bijzonder succesvol.
Na aankomst in Gyeongju begon de moeheid zijn tol te eisen. Na een kort intermezzo met ijsjes vertrokken we met de taxi naar ons motelletje. Daar vertrokken we meteen weer om een lunch te halen, die we opaten in het park met graftombes en tussen de gepensioneerde Koreaanse mannen. Hans knoopte een gesprek aan en met wat hulp van de foto’s en de IBO-vlag die Laura bij zich had konden we uitleggen dat de leerlingen bronzen medailles hadden gewonnen bij de IBO. Ze keken tevreden naar de pennen die ze van ons kregen. We liepen door naar het grotere park met graftombes. Gyeongju was lange tijd de hoofdstad van het Silla koninkrijk. Alle vorsten liggen er bevragen in met gras en bomen begroeide grafheuvels, die ver boven de kleine huisjes uittorenen. Een van de grafheuvels is opengewerkt en replica’s van de inhoud kunnen er worden bekeken. Het bleek dat we de echte voorwerpen twee dagen eerder in het Nationaal museum hadden bekeken en nu, met een verhaal eromheen, viel alles veel meer op z’n plek. Een wandeling door het park volgde, waarna we een poging deden terug te keren en een marktje op te zoeken. Halverwege kwamen we bij een van de hier in veel grotere getalen aanwezige traditionele huizen tot stilstand. De eigenaar nodigde ons binnen uit, waarna bleek dat het om een guesthouse ging. De man toonde ons de eenvoudige kamertjes met geen glas maar papier in de deur en liet ons de waterput in het huis zien. Hij vertelde ons dat we de markt wel konden overslaan, daar was niets aan (en later bleek hij gelijk te hebben), dus kozen we een andere route. We kwamen langs vele winkeltjes vol leuke spulletjes en aten een versgemaakte lekkernij van deeg en mungbonenvulling. Na wat rondgelopen te hebben op een andere markt kozen we een net uitziend restaurant uit voor het avondeten. We moesten er, zoals het hoort, op een kussentje op de grond zitten, aan tafeltjes die Ikea salontafels zou noemen. Het bestellen moest wederom met handen en voeten, maar we kregen wat we wilden. Dit eten smaakte bijzonder goed en staat tot nu toe met stip op 1 in onze culinaire beleving van dit land. De soep met ei, champignons en dumplings moest nog een keer bijbesteld worden om aan de vraag te voldoen.
Daarna verplaatsen we ons naar het hoogtepunt van de dag: de karaokebar. Wij als juryleden hadden dit inmiddels meegemaakt en wilden dit de leerlingen niet onthouden. De muziekkeuze was deze keer iets anders, maar de pret was er niet minder om.
Op maandag gingen we vroeg uit de veren, om nog wat aan onze laatste uurtjes in Gyeongju te hebben. Dat bleek niet voor iedereen even eenvoudig te zijn en ruim een half uur later dan gepland konden we dan eindelijk vertrekken. We aten wat bij de supermarkt twee hoeken verderop en zochten daarna de fietsverhuur op. Tot Stephens grote vreugde gingen we mountainbiken in het nationaal park ten zuiden van de stad. We gingen zelfs een berg op! Toen we eenmaal de stad uitwaren werden we omringd door rijstvelden waar hier en daar vrouwen aan het werk waren, met als achtergrond de bergen. Na een uurtje fietsen kwamen we bij een viezig meertje aan de voet van een berg. Daar vonden we niet alleen twee pagoda’s, maar ook een veldje bloeiende lotusbloemen. Twee Koreaanse fotografen waren druk in de weer om ze op beeld vast te leggen. Wij deden hetzelfde en probeerden een beetje af te koelen van de warme fietstocht. Daarna konden we eindelijk aan Stephens wens voldoen: we gingen de berg opfietsen. Gelukkig stopte hier ook het asfalt, zodat onze mountainbikes ook echt enige functie hadden. Na het bereiken van een hek gingen we nog even te voet verder. De terugreis naar de lager geleden stad verliep een stuk sneller. Toen we er aankwamen was er alleen nog tijd voor de hoognodige zaken: eten, koffers ophalen en naar het station. We zeiden Gyeongju gedag en vertrokken met de trein naar Seoel, een trip die 5 uur zou duren. Hoewel de uitzichten prachtig waren werd er natuurlijk weer vollop geslapen.
Seoel bracht weinig verrassingen deze keer. We hadden geen tijd meer om de stad in te gaan dus beperkten we ons tot de supermarkt naast het hotel om ontbijt te kopen. Family mart is ons tweede thuis geworden deze reis en inmiddels weten we heel goed welke noedels lekker zijn en welke te heet, ondanks het ontbreken van romeinse tekens op de verpakking.
In het hotel lag er nog een belangrijke activiteit op ons te wachten. De jury krijgt namelijk altijd grote hoeveelheden cadeaus en is van mening dat die onder alle teamleden verdeeld moeten worden. Dus troffen de leerlingen een bed vol spulletjes aan die ze onderling moesten verdelen. Hun koffers, die toch al aan overgewicht leden, kregen zo een hevige vorm van obesitas.
Na een sauna (voor Stephen en Leon) en een relatief lange nacht vertrokken we (alweer een kwartier te laat) naar de bushalte. Deze keer met twee tassen minder: Eva en ik zouden immers alleen uitzwaaien. Het laatste half uurtje van onze gezamelijke reis brak aan. De afgelopen anderhalve week waren werkelijk voorbij gevlogen en het is onvoorstelbaar dat zoveel belevenissen en zoveel nieuwe vrienden in zo’n korte tijd passen. Het zijn herinneringen die we nooit meer zullen vergeten, ook al zien we de andere deelnemers nooit meer en keren we nooit meer terug naar Korea.
Bus 6011 verscheen in zicht. Een groepshug, even zwaaien en weg waren ze. Tot ziens in Nederland!
donderdag 22 juli 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten